Herman Gorter
Herman Gorter
Herman Gorter (1864-1927) begon in 1883 een studie klassieke talen en promoveerde in 1889. Tijdens zijn studie schreef hij al gedichten, waaronder Mei (1886-1889). Toen bleek al hoezeer bij hem poëzie en erotiek verweven waren. In deze tijd ontmoette hij enkele begaafde tijdgenoten, waaronder Willem Kloos. Gorter zou zich in zijn werk sterk laten inspireren door de Tachtigers, door Multatuli en door zijn vader Simon Gorter, een predikant-letterkundige die in 1871 was overleden. In De Nieuwe Gids, het tijdschrift van onder anderen Kloos, debuteerde hij in 1889 met het gedicht ‘De eerste zang’. Na enkele andere kleine publicaties verscheen in 1890 de bundel Verzen, een zeer impressionistisch werk. Hierna koos hij een andere weg en zocht juist zelfbeheersing. Hij vertaalde Spinoza’s Ethica in 1895. Twee jaar later publiceerde hij Verzen opnieuw, met allerlei nieuwe gedichten, in De school der poëzie.
In 1897 sloot hij zich aan bij de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij (SDAP) en wijdde zich voor De Nieuwe Tijd aan marxistische propaganda. Hij dacht dat het socialisme de hedendaagse poëzie kon onttrekken aan haar burgerlijke context en zo opnieuw opgevoerd kon worden tot de hoogte van de klassieke poëzie, zo schreef hij in enkele essays. In 1909 kwam het tot een breuk met de SDAP en werd hij mede-oprichter van de links-marxistische SDP. Uit de tweede bundel Verzen (1903) en de twee epische gedichten ‘Een klein heldendicht’ (1906) en ‘Pan’ (1912) spreekt Gorters socialistische overtuiging. Na 1917, hij was aanvankelijk een voorstander van een communistische revolutie, raakte hij gaandeweg overtuigd van de onjuistheid van de manier waarop deze in Rusland werd verwezenlijkt.
In de jaren twintig verbleef hij om gezondheidsredenen in Zwitserland. Op terugreis naar Nederland werd hij door een hartaanval getroffen en overleed.
-
2009 Verzen (Gebonden)

