Nieuwe vertaling van Tacitus' Historiën
Interview met vertaler Vincent Hunink
Tacitus is al eerder vertaald. Wat heeft jou ertoe bewogen het opnieuw te doen?
De vorige vertaling van de Historiën dateert van 1958. Daarmee heb ik eigenlijk alles al gezegd. Het Nederlands verandert als taal sterk en daarom is een nieuwe vertaling van een belangrijk boek als de Historiën na enkele tientallen jaren simpelweg nodig om het voor Nederlandstalige lezers toegankelijk te houden. Daarnaast vind ik het werk van Tacitus erg mooi. Een paar jaar geleden vertaalde ik een deel van de Historiën (het verhaal over de opstand van de Bataven). Het was dus wel heel verleidelijk om vervolgens het hele boek te vertalen. Het was wel een echte uitdaging om voor de stijl een geschikte vorm te vinden Ook als vertaalproject was het dus heel interessant.
Voor de lezers die de historische situatie beschreven in de Historiën niet of niet goed kennen kan Tacitus soms ontoegankelijk zijn. Wat zouden zij ernaast kunnen lezen?
Ach, er staat al een handig chronologisch overzichtje 'Vierkeizerjaar' op Wikipedia (ik hoor niet tot de mensen die daarover neerbuigend of afwijzend spreken). Algemene handboeken en overzichten van de antieke geschiedenis helpen je ook verder. En er zijn genoeg boeken over de Romeinse keizers. Onlangs nog schreef Olivier Hekster een mooi Nederlandstalig boek Romeinse keizers, De macht van het imago. Wel verschenen bij een concurrerende uitgeverij... Overigens vind ik dat je Tacitus niet moet lezen vanwege de historische inhoud, maar vanwege zijn stijl en visie.
In zijn literatuurgeschiedenis van het oude Rome, Het feest van Saturnus, schrijft Piet Gerbrandy: ‘Tacitus is zonder serieuze concurrentie de grootste prozaïst uit de Latijnse literatuur. Juist de aspecten die hem tot een eeuwig modern auteur maken, zijn meedogenloos cynisme, zijn neiging het leggen van verbanden aan de lezer over te laten, zijn onklassieke, soms zelfs gewrongen zinsbouw, hebben ervoor gezorgd dat hij in de eeuwen na zijn dood nooit een groot en enthousiast publiek heeft gehad. Het proza van Tacitus grijpt je bij je strot, dwingt je stelling te nemen in onmogelijke dilemma’s, vervult je met het besef dat niet alleen geen mens deugt, maar dat je ook zelf voortdurend vuile handen maakt. Moralisme is vrijwel geen enkele Romeinse schrijver vreemd, maar alleen Tacitus slaagt erin je zijn obsessies en frustraties zo op te dringen dat je je medeplichtig gaat voelen. De lectuur van Tacitus is verontrustend, nooit ontspannend.’ Wil je daarop reageren?
Ik vind het prachtig geformuleerd, ik zou het niet beter kunnen verwoorden! Als je dit leest, wil je toch meteen naar Tacitus' teksten grijpen? Dit is echte literatuur.
Jouw vertaling van Tacitus is eigenzinnig te noemen. In het geval van Petronius’ Satyrica is jou dat zelfs door een recensent verweten. Heb jij een persoonlijk vertaalstrategie, en op basis waarvan bepaal je die?
'Eigenzinnig' ervaar ik als een compliment in het geval van Tacitus. Zijn stijl ís eigenzinnig, in de hoogste mate zelfs, en een goede vertaling moet dat dus weergeven. In de recensie van mijn Satyrica-vertaling (in Vrij Nederland) waarop je doelt staat overigens helemaal niets over eigenzinnig. Ik kan daar eigenlijk beter over zwijgen. De recensent deed toen een moedwillige poging mijn tekst verkeerd te lezen, door bijvoorbeeld niet te kijken of iets parodiërend was of serieus. Ik kan tegen eerlijke kritiek, maar dat was heel onaangenaam. Over het algemeen probeer ik altijd om de specifieke toon en stijl van een boek te pakken te krijgen en dan in het Nederlands weer te geven. Natuurlijk ben ik één mens en is er dus veel wat al mijn teksten verbindt, maar ik streef ernaar dat elk boek zijn eigen stijl krijgt.
Je hebt al zeer veel vertaald uit het Latijn. Heb je nog wensen, en wat staat er boven aan jouw verlanglijst?
Dit jaar ga ik een voorganger van Tacitus vertalen: Velleius Paterculus. Een historiograaf uit de tijd van keizer Tiberius. Hij geldt als een hielenlikker van de keizer, en als een aanstellerig stilist. Dat vind ik allemaal erg vóór hem pleiten als schrijver: zogenaamd zwakke kanten maken een auteur interessant. Tja, en verder is er nog zo veel! Tacitus' Annalen bijvoorbeeld, om maar even op Tacitus terug te komen. Dat staat definitief op mijn programma, maar het is wel een enorme klus. Ik zou ook wel eens een oudere vertaling willen herzien, bijvoorbeeld mijn vertaling 'Oorlog in Gallië' van Caesar uit 1997. Het gaat dan om bepaalde stilistische details. Maar of de uitgeverij daarop zit te wachten weet ik niet. Hoe dan ook is er nog werk genoeg. Ik zit nu rond de vijftig vertalingen, maar hoop nog lang door te gaan. Op naar de honderd!

