Het Athenaeum boek van...

Het Athenaeum boek van...

Daan Stoffelsen, boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel en eindredacteur van www.recensieweb.nl

Sofokles Aischylos - Eén familie, acht tragedies

Een zoon die zijn moeder doodt of op het punt staat te doden, dát is een gebeurtenis waar de tragediedichter wat mee moet, schreef Aristoteles, en het is duidelijk aan welk voorbeeld hij dacht: de ellendige geschiedenis van Orestes en zijn familie, die met aanloop en gevolgen gedramatiseerd is in maar liefst acht tragedies: Eén familie, acht tragedies.

We zijn aanbeland op het punt van doden als in Aischylos’ Dodenoffer in slechts een paar regels de o zo menselijke twijfel botst met oeroud rotsvast vertrouwen in het bovenmenselijke. Orestes vraagt zijn (elders immer zwijgzame) vriend Pylades wat hij moet doen: ‘[…] Mijn moeder ontzien, haar niet doden?’ En Pylades: ‘Waar blijven dan Apollo’s orakels uit Delfi en de eden / van trouw? Bedenk: beter iedereen als vijand dan een god.’

Dit is het dilemma: Orestes wil, nee hij móét wraak nemen op de moordenaar van zijn vader Agamemnon, maar die moordenaar is zijn moeder, Klytaimnestra. Uiteindelijk doet Orestes zijn plicht jegens zijn vader, en uiteindelijk wordt hij gestraft voor de moord op zijn moeder. Het is een duister dilemma; Sofokles en Euripides, Aischylos’ opvolgers, bezien de mythe anders. Gruwelijk afstandelijk en streng principieel is Orestes’ zus Elektra als Sofokles Klytaimnestra’s einde optekent:

KLYTAIMNESTRA Ai, ai. O, huis door vrienden verlaten en vol moordenaars.
ELEKTRA Er schreeuwt iemand binnen. Mijn vriendinnen, hoort u het niet?
[…]
KLYTAIMNESTRA O, nee, vreselijk. Aigisthos, waar ben je toch?
ELEKTRA Kijk, alweer roept iemand.
KLYTAIMNESTRA O, kind, kind, heb meelij met de moeder die je baarde.
ELEKTRA ‘Maar jij had geen meelij met hem, niet met vader / die hem verwekte.’

En de twijfelende Orestes wordt zwak, onaantrekkelijk in Euripides’ versie, als hij door een razende Elektra gedwongen wordt tot de moord. Van Aischylos’ duistere en bedwelmende archaïsche lyriek via Sofokles’ afstandelijk-principiële personages tot Euripides’ bijna moderne realisme: deze unieke verzameling tragedies (en er zijn er dus nóg vijf in deze bundeling) tonen de flexibiliteit van het genre aan, en de kracht ervan. Verwanten en vrienden blijken vijanden; menselijkheid, bovenmenselijkheid en onmenselijkheid grenzen aan elkaar, overlappen. Zoals de werkelijkheid, maar dan erger. En pijnlijker.

En dat allemaal in Gerard Koolschijns prachtige, getrouwe en zeer leesbare vertaling: Eén familie, acht tragedies is mijn keus.

Sofokles Aischylos : Eén familie, acht tragedies